2.05.2013

2013... alweer een nieuw jaar!

Januari 2013 Cartagena - Colombia
Boven mij flikkeren honderdduizend sterren Recht omhoog herken in Orion, mijn trouwe vriend, die me, als de nacht valt, altijd en onverstoorbaar gezelschap houdt op mijn omzwervingen in het Caraibisch gebied. In mijn oor klinkt Ataualpa Yupanqui, de Indiaanse Bob Dylan van Argentinie die zingt over pampas en caballos. Onder mij ligt de zee, onzichtbaar, als een uitgestrekte matras, en wiegt de Lola voorzichtig heen en weer, op het ritme van de oneindige Carai bische nacht. Voor het eerst bevind ik mij aan boord van een zeiljacht op een breedte van minder dan 10 graden boven de evenaar. Lola ligt immers te rusten onder de bescherming van het eiland Titipan, 50 zeemijl zuidwestelijk van Cartagena en het bijna meest zuidelijke punt van de Colombiaanse noordkust. We hebben hier deze namiddag het anker laten vallen in het helderste water en met zicht op een uitgestrekt strand, annex koraalrif, dat ons beschermt tegen de noordelijke deining. We zijn hier terechtgekomen op weg naar de San Blas eilanden voor de kust van Panama. Die eilanden zullen we deze week niet meer bereiken want de weersomstandigheden zijn te ongunstig om de volgende dagen in die richting koers te zetten. We hadden er anders wel goede moed in toen we op 28 december met het vliegtuig toekwamen in Santa Marta, Colombia. De Lola lag daar op mij en Paul en Leen te wachten om ons naar het westen en naar de Kuna indianen te varen.
Alleen was de noordoostpassaat iets te enthousiast aan het waaien in Santa Marta en grote omgeving waardoor we ons geplande vertrek van 30 december al onmiddellijk moesten uitstellen tot na nieuwjaar. De meest geschikte "weather window" (een periode van gunstige wind) viel volgens de voorspellingen tijdens de nacht van 2 op 3 januari, wanneer de wind eindelijk onder de 30 knopen ging zakken. We hebben ons vooraf toch eens aan een korte testrit gewaagd, ongeduldig als we waren, maar zijn al snel terug binnengevaren wegens te hoge golven net buiten de haven.
Op 2 januari zijn we dan toch vertrokken op wat voor Paul en Leen een eerste - en waarschijnlijk onvergetelijke- nachtelijke zeiltocht zou worden op open zee. En de Caraibische Zee is wel heel erg "open", hier aan de noordkust van Colombia. De passaat kan er ongehinderd door enig obstakel over honderden mijlen waaien en hoge en korte golven doen ontstaan. We hebben dat laatste ook aan den lijve een paar keer ondervonden toen tijdens de nacht tot drie maal toe de kuip van de Lola onder water werd gezet door een achteroplopende golf en de toch al wat vermoeide en met zeeziekte worstelende bemanning een nat pak bezorgde. De uitstroom van de rivier de Magdalena ter hoogte van Barranquilla zorgde samen met de nog steeds fors blazende passaatwind dan ook nog eens voor een stampend en rollend schip waar comfort en Caraibische romantiek ver te zoeken warenl.. We waren dan ook blij dat we bij het ochtendgloren eindelijk de imposante skyline van Cartagena voor de boeg van de Lola zagen opdoemen.
De plannen om nog eens een nacht in dezelde omstandigheden te moeten doorbrengen ( de tocht van Cartagena naar San Blas is ongeveer 130 mijl. Dus nog eens een nachtje doorvaren) hebben we na rijp beraad maar opgeborgen en daardoor zijn we dus vanaf zaterdag onderweg in de zuid westelijke eilanden van Colombie, Isla Baru en de archipel van san Bernardo.
De archipel van San.Bernardo ligt op z'n 80 mijl ten zuidwesten van Cartagena op een 10 tal mijl uit de kust en net boven de golf van Morrosquillo. Het grootste eiland heet Tintipan. Dit tropische paradijs ( op 9 graden NB) wordt omgeven door koraalriffen en ondiep water langs alle kanten behalve de zuidkant. Daar is het dan ook ideaal ankeren, in een quasi over de ganse lengte gelijke diepte van 4 a 5 meter en helder spiegelglad water. 0ndanks de soms felle noordenwind die vooral na de middag en bij valavond over het eiland raast blijft de Lola rustig op zijn plaatsje liggen. Wij krijgen er gezelschap van twee Nederlandse zeiljachten die op weg zijn naar Panama en de San Blas eilanden.
Die San Blas eilanden blijven voor ons een onbereikbaar doel en dus laten wij onze noorderburen welwillend het zeil hijsen in noordwestelijke richting terwijl wijzelf zuidoostwaarts varen richting Isla Palma, gelegen in dezelfde San Bernardo archipel. Het blijkt een tropisch paradijs te zijn uit de boekjes, met strooien dakjes, hagelwitte stranden, palmbomen en Colombiaanse schonen. Te mooi om waar te zijn. En ba, gedeeltelijk is dat ook zo want meer dan de (mooiste) helft van het eiland wordt ingepalmd door een hotel, waar prive bewaking en pasjes moeten zorgen voor de goede gang van zaken. We konden er desgewenst genieten van al dat schone mits een dagpasje van 108.000 pesos. Maar gezien het al vijf uur in de namiddag was vonden we dat niet zo'n goed voorstel.....